We blijven een beetje hangen in de Val d’Orcia. Wat een prachtige plek is dit! We vragen ons hardop af wat het nou zo bijzonder maakt. Het ontbreekt hier aan snelwegen, zonnepanelen, elektriciteitsmasten, windmolens of industrie. Alleen kleinschalige boeren bedrijven, kavels, grasland en witte gravelwegen (strade bianche) met daarlangs de slanke bomen die Toscane zo typeren.
Vanaf de heuveltoppen het dal inkijkend, lijkt het een enorme golfbaan met elke boerderij als hole. Een groen en vredig landschap waar elk moment een Teletubbie om de hoek kan verschijnen 🤓. Overigens met flinke hoogtemeters. Er zijn geen campings, maar een enkele boerderij (Azienda of Podere) biedt ruimte om te kamperen.
De Italiaanse boeren weten heel goed wat hun uitzicht waard is, goedkoper dan een camping is het zeker niet. Je krijgt er wat mestlucht en vliegen voor (blij met de hor!), ‘s nachts een uil en als je geluk hebt, is er een douche en/of toilet beschikbaar. Maar wat een andere beleving van kamperen bij de boer dan in Nederland. Alles is kleinschalig op en om de boerderij: een stukje wijngaard, bijen voor honing, de olijfgaard zorgt voor olie en wat schaapjes voor Pecorino kaas. En natuurlijk een restaurant, want eten en drinken, daar draait het om, dat mag duidelijk zijn. Ver weg van enige supermarkt of bakker. We dompelen ons graag even onder in deze Italiaanse droom op de biologische boerderijen waar we te gast zijn, met dat fantastische uitzicht dus...
Zo’n verblijf op particulier terrein staat tegenover de door de overheid beschikbaar gestelde parkeerplaatsen voor campers bij bijna alle plaatsjes. Soms betaal je een klein bedrag aan parkeerkosten, soms sta je gratis of betaal je alleen voor gebruikt van de douche. In wat minder bezochte plaatsen kun je zelfs kosteloos aan elektriciteit staan. Bijkomend voordeel van parkeerplaatsen is dat je in of naast een plaatsje staat. Campings liggen meestal buiten de stad, zoals in Siena.
Siena overbrugt veel hoogteverschillen. Vanaf het station brengen zo’n tien roltrappen je naar het hoger gelegen oude centrum. Elke wijk verwijst naar een dier. Als je dat eenmaal weet, zie je ze overal, zelfs in raamroosters. En omdat Siena niet aan een rivier ligt, liggen er talloze waterbekkens voor drinkwater, voor de dieren, en om te wassen. In die volgorde. Was er dan nog water over, dan mocht dat gebruikt worden voor (moes)tuinen. Nu zijn het fonteinen of zwemmen er vissen in. Verder zien we in de stad veel jonge mensen met een laurierkrans op hun hoofd. Volgens traditie dragen ze deze de (hele) dag direct na het afstuderen.
In Siena doen we grote boodschappen (we zijn niet de enige, karren vol!). Verder zorgen we ervoor dat we altijd een noodpakketje brood, pasta en tonijn in ‘huis’ hebben en zo wisselen we de plekken waar we staan een beetje af. Soms zoeken we een camping op om te wassen, water te tanken of vuil water af te voeren. In Siena heeft onze Jumpert zelf een wasbeurtje gekregen.
Niet alleen het landschap is adembenemend, ook de historische plaatsjes bovenop de heuvels maken Val d’Orcia tot een fijne en bijzondere plek. Deze vallei staat op de Unesco lijst en dat weten ze bij Fiat ook. In Monticchiello treffen we een filmploeg (40, 50 man) aan. Het piepkleine plaatsje is ontdaan van alle auto’s (behalve twee) en opgeleukt met bloeiende planten. Nog wat props en gordijntjes maken de Italiaanse idylle compleet. Als we stil zijn, mogen we blijven, waardoor we getuige zijn van een opnameonderdeel (15 seconden, die acht keer over moet) voor een commercial van het nieuwste 500-model. Twee dagen zijn al deze mensen hier om te filmen, te zien aan de tekst op de afzetting. Een ober die later op de middag onze koffie brengt, lacht er maar om: “Yes, only for a commercial!”
Als we terugfietsen, staat een gifgroene Fiat 600 met picknickmand achterin klaar, die nog even wordt opgepoetst. Leuk nummerbord 😃.
We brengen nog een bezoek aan Mount Amiata, die je met een top van ruim 1700 meter hoogte overal vandaan kunt zien. De hele berg staat vol bomen tussen enorme rotsblokken. Geen typisch landschap voor een uitgedoofde vulkaan. De berg zal niet meer uitbarsten, wel zorgt de warmte onder de grond nog steeds voor thermale bronnen aan de voet van de berg, zoals Bagni San Filippo, waar Italianen lekker zitten te badderen. Geen werkende stoeltjesliften naar boven (vanaf 9 mei weer), dus we rijden met de camper door, de weg is breed genoeg. Op de top treffen we een bruine skihelling, een kiosk met picknicktafels (altijd goede koffie) en een enorm ijzeren kruis, dat ons ergens aan doet denken 🤔.
En dan rijden we nog dezelfde dag Toscane uit, Umbrië in. Hier staan we een paar dagen op een kleine, aangename camping aan Lago Trasimeno. Via Perugia en Assisi rijden we komende week richting de oostkust.