Vlak voor we de grens oversteken, zien we de eerste (en enige) eland! Zodra we over de bergkam zijn en de grens werkelijk over rijden, stroomt het water van de smalle rivier naast de weg de andere kant op!
Logisch, maar na 400 kilometer stroomopwaarts is het toch een vreemde gewaarwording, vooral als je niet ziet wáár dat dan precies verandert. Maar als je op Google Maps kijkt, beginnen deze rivieren precies op de grens. Onderweg zien we al behoorlijk wat watervallen naar beneden kletteren. We gaan er nog heel veel zien!
Via Levanger, het meest noordelijke punt van onze reis, rijden we door naar Trondheim, de eindbestemming van het Olavspad. We halen hier de laatste stempels en bezoeken de enorme kathedraal waar Olav ligt. Wat een kleurrijke stad met houten huizen en een relatief gezellige drukte! Het is fijn om weer levendigheid om ons heen te hebben. De eerste indruk van de Noren is positief. We hebben de eerste week al meer mensen gesproken dan de vier weken in Zweden. En: de Noren zeggen weer vriendelijk gedag! In Trondheim maken we, aan de hand van tips van Eric en Diana, Jeroen en Petra en Nicoline en Dave, een planning voor de komende weken. Maar al snel wijken we van dit plan af: na een stralende dag in Trondheim, vormt zich een regenfront dat de komende week niet minder zal gaan worden volgens de voorspelingen. Een beetje regen ok, maar dit ziet er wel erg dramatisch uit. We moeten weg van de kust, daarna zien we wel weer waar we de planning kunnen oppakken.
En zo rijden we ‘ineens’ naar Dovrefjell: een ruig en uitgestrekt berggebied en nationaal park in Centraal-Noorwegen. We werden getriggerd door een oud artikel in Columbus Magazine, verzameld en bewaard voor deze reis. Het is een van de weinige plekken in de wereld waar muskusossen, de laatste populatie inheemse wilde rendieren, poolvossen en steenarenden leven.
Omdat we de bergen in gaan, halen we de mutsen en winterjassen maar weer tevoorschijn. Om ons heen zien we mensen ingepakt in goed spul tegen de regen: op naar de outdoorwinkel! En die zijn er volop in de wintersportplaats Oppdal. Met een regenjas bestand tegen intense langdurige hoosbuien verlaten we de winkel. Kom maar op!
In Oppdal zien we ook een grote kampeerwinkel: zouden ze daar misschien ons type gasfles hebben? Nee, maar we worden doorverwezen naar een speciaalzaak. Helaas ook daar nul op rekest. De verkoper vertelt dat hij wel koppelstukken heeft. Of we die willen hebben, maar daar hebben we niks aan. We willen net de winkel verlaten als Peter in een ingeving vraagt of de fles dan niet bijgevuld kan worden met zo’n koppelstuk. ‘Ja hoor, dat kan’ is het simpele antwoord!! In Nederland mag dit niet, vandaar dat we op zoek zijn naar een nieuwe fles. Maar hier wordt de gasfles gewoon gevuld, veel beter nog! Heel blij mee; we kunnen weer normaal koken. Nog wat grote boodschappen inslaan, want de komende dagen zullen we geen camping zien.
Wat we wel zien zijn eindeloze weidsheid, toendra’s, bossen, kale rotsen, korstmossen, rivieren, steile bergtoppen, meren, gletsjers en watervallen, veel watervallen. We maken bijna dagelijks prachtige wandelingen. De ene keer staan we - onder leiding van een gids - tegenover zestien muskusossen (ok, een telescoop nodig om ze echt goed te kunnen zien, maar toch…). Soms fietsen we door een dal, ingesloten tussen gletsjers en watervallen, dan weer wandelen we op grote hoogte of varen we over een fjord. Het is één groot outdoorwalhalla. Je bent het ene Nasjonalpark nog niet uit of het volgende dient zich aan. Het is allemaal zeer fotogeniek.
Terwijl Nederland bezwijkt onder de zoveelste hittegolf en snakt naar regen, rijden wij onder een zwaar bewolkte lucht de hoogste berg (Galddhøpiggen, 2469 meter) op. We rijden een paar kilometer tot de wolkengrens en besluiten daar rechtsomkeert te maken nu het nog kan. We gaan toch niks zien in de mist. Er rijdt hier niemand, het regent, de weg is nat en steil (10%) voor onze Jumpert, we zijn nog niet eens op een derde en we moeten uiteindelijk dezelfde smalle, steile weg 17 kilometer weer afdalen. Liever blijven we de toeristische route 55 vervolgen: de hoogste bergpas en toegangsweg tot het zuidelijker deel van Noorwegen.
Ook hier rijden we in de regen en mist, maar we laten ons niet weerhouden een frisse neus te halen. Eerst koffie in een mooie berghut bij een van de parkeerplaatsen. We stellen de wandeling nog wat uit met een refill, misschien trekt de mist op, praten we onszelf moed in (‘We doen dit voor de lol he?!). De medewerkster die onze koffie afrekent, noemt dit gekscherend ‘een mooie zomerdag’, want het is met tien graden verrassend zacht op 1420 meter 😜. Wij associëren het eerder met een warme wintersportdag. We gaan op pad. Langzaam pellen we ons al lopend uit de laagjes. De regen is gestopt, het landschap verstilt zo in de mist. We komen helemaal niemand tegen. Wel plukjes sneeuw. En een uitzichtpunt… Op het bord zien we dat we worden omringd door tientallen bizar hoge bergtoppen. Het zal ongetwijfeld indrukwekkend zijn. Het goede nieuws is, dat je geen bergen, maar ook geen dieptes ziet in de mist. Prettig voor mensen met hoogtevrees.
Tot zover weer even ónze belevenissen.