Na Granada staan we een tijdje in de omgeving van Almería. Deze regio kent normaal gesproken de meeste zonuren per jaar. Hier komen Spaanse tomaten vandaan; het wemelt van de plastic kassen. Dit stuk van Andalusië lijkt hierdoor in eerste instantie minder aantrekkelijk, maar om al dat plastic heen, is het verrassend mooi.
We verwachtten niet veel van de stad Almería zelf en worden - misschien wel daardoor - positief verrast. De havenstad heeft in het verleden een aantal rampen overleefd (aanvallen, aardbeving, burgeroorlog) en we zien dat er ook nu nog wordt gewerkt om de stad op te knappen. Vooral het gerenoveerde Alcazaba maakt indruk en biedt een weids uitzicht over de stad en omgeving. Door de kleurrijke straatjes van de wijk La Chanca, over de kade en de moderne Rambla slenteren we terug naar de markthal, waar onze fietsen staan.
We staan 10 kilometer ten noorden van Almería vijf nachten op een kleine, landelijke camping tussen scharrelende pauwen en kippen, voor een bezoek aan de Tabernaswoestijn. Veel Amerikaanse westerns zijn ooit in dit landschap opgenomen. Nog altijd fungeert het als decor voor bijvoorbeeld de serie Game of Thrones. Er is een heus mini Hollywood als themapark dat je kunt bezoeken. Die slaan we even over. In plaats daarvan wandelen we vanaf de camping een stuk de woestijn in (lang leve Komoot voor mooie rondwandelingen) en stuiten min of meer bij toeval op een paar verlaten ‘dorpjes’. Dat wil zeggen: decorstukken van piepschuim en gevels van hout en gips. De achterkant laat zien dat het hier om decors gaat. Vreemd dat ze die zo laten vergaan. In ieder geval een bijzonder onwerkelijke gewaarwording om tussendoor te lopen!
Soms zoeken we een overnachtingsplek buiten een camping. De Spaanse overheid gedoogt overnachtende camperaars in de winter. Voorwaarde is dat je geparkeerd staat en geen kampeeractiviteit laat zien: geen stoelen buiten; zelf een opstapje kun je beter niet buiten de deur zetten. Op de meeste grote parkeerterreinen sta je gratis. In de zomer word je als camperaar juist ontmoedigt op deze terreinen te staan door een stellage met hoogtebeperking (die nu zijn ‘weggedraaid’) of een verbodsbord voor voortuigen langer dan 5 meter.
Als we op een dag als enige op zo'n parkeerplaats in een drooggevallen rivier aan de kust staan, regent het de hele nacht. Van de 200 millimeter die hier gemiddeld in een jaar valt, viel de helft in die ene nacht naar beneden, zeg maar 😜. Stiekem toch af en toe even naar buiten gluren, of we nog niet in een snelstromende rivier staan of op zee dobberen… Níet natuurlijk.
En soms kom je op een plek… Ver weg van het massatoerisme in een beschermd natuurreservaat waar niet gebouwd wordt, maar vissersdorpen in een pure vorm voortbestaan. Zoals La Isleta del Moro. We staan in Cabo de Gata en pal aan zee. Hier trekt het leven langzaam voorbij, zeker in het laagseizoen. De zon gaat onder. Een eenzame visser vaart uit. Twee meeuwen vechten om een vis. Een dramatische zonsopkomst is het eerste wat je ziet als je wakker wordt en een indrukwekkende sterrenhemel het laatste voor je gaat slapen. De kleuren van water en lucht veranderen gedurende de dag. Onherbergzaam gebied om je heen en er zijn altijd mooie wandelingen te vinden. Zo’n plek!
Het is leuk om af en toe zonder camping en stroom te staan. Je overnacht op dit soort prachtige plekken in de natuur, aan zee of staat juist midden in een dorp en het versterkt een enorm gevoel van vrijheid. De accu op het zonnepaneel werkt goed en voorziet ons in deze weersomstandigheden (genoeg zon) van voldoende stroom en warm water zolang als nodig. Maar na een paar dagen is het ook fijn weer een camping op te zoeken, zoals hier in Mojácar. Al is het maar voor een warme douche, om water te tanken, de lampjes weer gezellig op te hangen en op een stoel in plaats van een steen buiten te kunnen zitten 😉.
Naar het fotoalbum voor meer foto's.