We ‘hoppen’ via korte bezoekjes aan het Franse Marseille, Antibes, Nice en Menton naar Italië. In Sanremo blijven we iets langer hangen, al was het alleen al voor de eendaagse klassieke wielerkoers Milaan-Sanremo die hier zaterdag eindigde.
Maar er is meer. De sinaasappelbomen staan in bloei, de lente is begonnen. Wij doen zelf ook weer meer op de fiets. Langs dit stuk van de Bloemenrivièra loopt de Pista Ciclabile, een fietspad over een oud spoortraject. Het is geasfalteerd, vlak, breed en 24 kilometer lang aaneengesloten (behalve op zaterdag wanneer er marktkramen midden op het fietspad staan 🤷♀️). Het ligt direct aan de azuurblauwe zee aan de ene kant en een hoop palmbomen aan de andere kant.
Zo fietsen we bijvoorbeeld naar Bussana Vechia, een verlaten stad, overgenomen door duiven en planten na een aardbeving in 1887. En sinds de jaren zestig bewoond door een groep creatievelingen, tot ergernis van de overheid. Wij vinden het vooral fascinerend.
Net als La Pigna, de oude volkswijk in Sanremo, ook weer een bijzondere plek. Je duikt vanuit een moderne winkelstraat door de stadsmuur zo de middeleeuwen in! Pigna is geheel autovrij met veel hoogteverschil en dus trappen. Je kunt rustig twee uur ronddwalen door de nauwe steegjes waar zonlicht nauwelijks doordringt en om elk hoekje wacht weer een mooi doorkijkje, tunneltje of pleintje. In verkleinwoorden, want het doet allemaal wat popperig aan. Behalve de imposante barokke basiliek bovenop de heuvel met weids uitzicht over Sanremo en de haven.
Het meest opvallend aan Pigna is misschien nog wel dat dit een ‘gewone’ woonwijk is: de was hangt te drogen, een luidruchtig Italiaanse telefoongesprek, een tv die iets te hard staat, er wordt gekookt, huilende baby, verhitte ruzie, een oude heer die zijn zoon gedag zegt. We zien, horen en ruiken het allemaal. Er is geen restaurant, B&B of toerist te zien. Het is puur, rauw en uniek tegelijk, waarbij we ons afvragen wat hier in het donker allemaal tot leven komt…
We lezen een artikel uit 2005: “Sanremo is de gevallen grand dame van de belle époque.” Ooit stonden hier, zo lezen we, meer dan dertig vijfsterren hotels voor de Britse en Russische vakantie-adel. Inmiddels is veel van de oude glorie terug. Veel van de villa’s en hotels zijn of worden gerestaureerd, de infrastructuur is verbeterd en de toeristenstroom is weer op gang gekomen. Overigens zijn dat nu naast de Italianen zelf voornamelijk Duitsers. Met gemiddeld 300 zondagen per jaar, begrijpen we ze wel. Haha, we gaan weer lekker los met ons promotiepraatje. Misschien zoeken ze nog mensen bij het toeristenbureau 😜.
Italië is nog wel schakelen qua taal om iets duidelijk te maken. En schakelen naar een taal die je niet kent is lastig. Lang niet iedereen spreekt Engels en wij komen nog niet verder dan spaghetti of espresso. Dus misschien niet onverstandig om op de boerderij waar we nu heen gaan wat eenvoudige Italiaanse zinnetjes te gaan oefenen.
Want vanaf vandaag zijn we met onze Jumpert welkom op Azienda Agricola Sabaghina, tip van Duitse ‘Sabatical Betty’, die we in Coin ontmoetten en twee maanden later - hoe toevallig - opnieuw in Palamos.